Betere positie werknemers bij doorstart onderneming

Alle werknemers van een failliete onderneming komen na een doorstart in principe onder dezelfde arbeidsvoorwaarden in dienst bij de nieuwe eigenaar. Hier wordt alleen van afgeweken als er bij de overgang werkplaatsen verdwijnen en dit het gevolg is van bedrijfseconomische omstandigheden. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van de minister Dekker (voor Rechtsbescherming) en Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) dat vandaag in consultatie gaat.

Het wetsvoorstel moet voorkomen dat bij een doorstart na een faillissement veel werknemers hun baan verliezen. Zulke situaties leiden steevast tot ophef. In 2017 oordeelde het Europese Hof van Justitie bij de ‘pre-pack-doorstart’ van kinderopvangorganisatie Estro dat het personeel recht had op behoud van baan en arbeidsvoorwaarden.

Die uitspraak veroorzaakte discussie over de gevolgen voor andere gevallen. Die onzekerheid heeft een doorstart na faillissement lastiger gemaakt, terwijl dat vaak de meest wenselijke optie is voor de schuldeisers en werknemers. Er blijven bij een doorstart meer banen behouden en er zijn meer mogelijkheden om schulden te voldoen. Dit helpt ook voor leveranciers en klanten, want het bedrijf kan door. Dat is ook goed voor de economie.

De regeling die het kabinet nu voorstelt, moet duidelijkheid geven. Werknemers krijgen een betere positie bij een doorstart en potentiële kopers krijgen meer zekerheid over de arbeidskosten, waardoor zij een verantwoord bod kunnen doen.

Het wetsvoorstel regelt ook dat werknemers voor wie er na de doorstart toch geen plek is, niet door een concurrentiebeding beperkt worden om ergens anders aan de slag te gaan. Ook krijgen de ondernemingsraad en de personeelsvereniging het recht om een advies uit te brengen over een voorgenomen doorstart. De rechter-commissaris die toestemming moet geven voor de overgang, zal dit advies bij zijn beslissing betrekken.

Bron: Rijksoverheid