Informatieplicht en administratieplicht zijn twee totaal verschillende aangelegenheden

Hoe zitten deze twee aangelegenheden in elkaar?

Op grond van het Burgerlijk Wetboek heeft een onderneming een administratieplicht. Daarnaast stelt de wet ook een bewaarplicht van zeven jaar. De belastingwet stelt aan de administratie de eis dat deze ”naar de eisen van het bedrijf” gevoerd moet worden. Voor particulieren geldt de hiervoor genoemde regel van administratie voeren niet. Voor particulieren en ook voor bedrijven geldt dan wel weer een informatieplicht. Zij ”moeten gegevens en inlichtingen verstrekken welke tot de belastingheffing te zijnen aanzien van belang zijn”. Dus op verzoek van de inspecteur dient informatie te worden verstrekt. Een veelgenoemd argument van een particulier is dat hij geen bewaarplicht heeft en dus geen informatie kan verstrekken. Dit is correct. Echter, de informatieplicht is gekoppeld aan de navorderingstermijn en heeft in het geheel niets van doen met de bewaar-/administratieplicht. In eerste instantie hebben aanslagen inkomsten-/vennootschapsbelasting een navorderingstermijn van vijf jaar. Deze kan verlengd worden met de termijn van de uitstelregeling voor het indienen van de aangifte. De navorderingstermijn voor buitenlands inkomen en vermogen is zelfs twaalf jaar (en voor buitenlands vermogen in geval van nalatenschappen zelfs onbeperkt). Het is dus in het eigen belang van particulieren-belastingplichtigen om relevante stukken wel te bewaren, zodat zij (tegen)bewijs kunnen leveren tegen hetgeen de inspecteur stelt. Een particulier kan zich niet verschuilen achter het argument geen bewaarplicht te hebben. Aan te bevelen is om belangrijke gegevens voor de aanslagregeling inkomstenbelasting vijf tot zeven jaar te bewaren. Voor een onderneming is dit dus al een stuk gemakkelijker omdat zij toch al een bewaarplicht van zeven jaar heeft.