Enkele opvallende fiscale wijzigingen per 1 januari 2018

Box 1

Eigen woning  Het percentage voor het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 – € 1.060.000 bedraagt 0,70% (2017: 0,75%). Het tarief voor de aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning  is 49,5% (2017: 50%) voor zover de aftrek plaats zou vinden tegen het tarief van de vierde schijf van 52%. Het rentevoordeel begrepen in uitkeringen uit een kapitaalverzekering eigen woning, een beleggingsrecht eigen woning of een spaarrekening eigen woning tezamen is onbelast indien de uitkering niet meer bedraagt dan € 164.000 en aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Giftenaftrek  Een gift aan een ANBI die is aangemerkt als een culturele instelling kan in aanmerking genomen worden voor 1,25 keer het bedrag van de gedane gift. Deze vermenigvuldigingsfactor wordt toegepast over maximaal € 5.000 van de aan de culturele instelling gedane gift. Deze zogenoemde multiplier is per 1 januari 2018 structureel gemaakt mits goedkeuring van de Europese Commissie.

Box 3

Inkomen uit sparen en  beleggen Vanaf 1 januari 2018 zal het forfaitaire rendement van het inkomen uit vermogen dichter aansluiten bij het gemiddelde werkelijke rendement. Voor het rendement over het aan het spaardeel toegekende gedeelte van de grondslag wordt voortaan gebruik gemaakt van actuelere cijfers. Dit betekent  dat met ingang van het jaar 2018 dichter aangesloten wordt bij de gemiddelde werkelijke rendement. Voor het belastingjaar 2018 wordt daarbij uitgegaan van de gemiddelde spaarrente van de periode juli 2016 t/m juni 2017. Voor het rendement op het beleggingsdeel wordt geen aparte regeling getroffen. Het forfaitaire rendement voor ieder van de drie schijven voor 2018 is respectievelijk 2,02%, 4,33% en 5,38%. Dit was voor de invoering van de tariefschijfindeling 4%. De vermogenden gaan er niet op vooruit. De vrijstelling heffingsvrijvermogen is vanaf 2018 € 30.000 (was € 25.000).